In 2000 verscheen het boek
Nooit voltooid verleden tijd
In het boekje staan verhalen en tekeningen
over Vrijheid en Vrede.
Er is een periode in de oorlogstijd geweest dat alle huizen totaal verduisterd moesten zijn. We hadden latwerken bespannen met grauw zwart papier en die werden 's avonds in de kozijnen van de huiskamer geplaatst, zodat er geen glimpje licht naar buiten zou kunnen schijnen. Deze verduistering werd op slag overbodig toen de bezetter het nodig vond om de elektriciteit van alle huizen af te sluiten. Daar zaten we dan bij het licht van een enkele, soms zelfgemaakte kaars. We vonden er niks aan, dus we zochten een oplossing. We wisten een paar stoppen (zekeringen) op de kop te tikken en 's avonds in het donker klommen we met een laddertje tegen de paal om de stoppen erin te draaien. Natuurlijk moesten ze er ook weer vóór de volgende ochtend er uitgehaald worden. We moesten goed oppassen dat we tijdens onze klimpartij geen stroomdraad aanraakten.
Het was heerlijk om even weer licht te hebben, al moesten de gordijnen wel goed worden gesloten. Nu was verduisteren eigen belang geworden. Het werd nog leuker, als de radio die al ingeleverd had moeten zijn, onder het stro in de varkensschuur uitgehaald werd, zodat we heimelijk naar Radio Oranje, 'De stem van herrijzend Nederland' konden luisteren. Op een avond, het regende en waaide ontzettend hard, werden er weer voorbereidingen voor de lichtvoorziening getroffen. Mijn moeder had het er niet zo op en werkte in woord en gebaar niet erg mee. Maar helaas, haar gezag liep die avond een deuk op. Om mij te beschermen tegen het slechte weer en te voorkomen dat mijn haren de stroomdraden zouden raken, zette ik een pet op. Laat dat nou toevallig de trots van mijn vader zijn! Het was zijn fraaie dienstpet, die hij koesterde als een kostbaar bezit. De pet had een glimmende klep en daarboven stond de tekst die wij als kinderen eigenlijk niet goed begrepen: WATERSTAAT. De afmetingen van de pet en mijn hoofd kwamen niet erg met elkaar overeen en daar lag het noodlot op de loer. Het was donker buiten, maar ik lette erg goed op. Auto's reden er vrijwel niet, maar ik werd verrast door de bus. Terwijl ik in het duister tussen de stroomdraden naar de houder tastte waar ik de stop in moest draaien, vonden een rukwind en de bus elkaar in een vernietigende samenwerking, met als prooi mijn vaders fraaie pet. WATERSTAAT was verworden tot WAT ER STAAT, total loss! Dat was vervelend thuiskomen. We hadden die avond beter zonder licht kunnen blijven, want de gezichten van mijn ouders, konden het lamplicht eigenlijk niet verdragen.
Wim van der Velden, 9 maart 1929
