In 2000 verscheen het boek
Nooit voltooid verleden tijd
In het boekje staan verhalen en tekeningen
over Vrijheid en Vrede.
Vrede op aarde betekent voor mij nog elke dag heel veel. Nooit zal ik de eerste dag van de oorlog vergeten. Ik was acht jaar en er werd veel over oorlogsdreiging gesproken, maar op die leeftijd snap je daar niet veel van. Maar toen ik al die vliegtuigen hoorde en zag dat iedereen daar heel angstig van werd, toen merkte ik al gauw dat het niet goed zat.
Wat later leerden we op school dat als er een vliegtuig overkwam, dat je snel onder de bank moest kruipen. Daar zou je veiliger zijn bij bombardementen.
Veel mannen moesten ook langs wegen eenmansgaten graven, die moesten dienen als schuilplaatsen voor ouderen en ook voor ons, kinderen. Als er geen putjes in de buurt waren dan moest je plat op de grond gaan liggen, dan lag je beschut voor granaten en rondvliegende scherven. We waren ontzettend bang! We zagen soms ook dat er op voertuigen geschoten werd en dat mensen gewond raakten en nog bij de EHBO-post probeerden te komen voor wat eerste hulp.
Ook zaten er in een paar schoollokalen Duitse soldaten. Soms konden we maar twee dagen per week naar school. Naar school gaan werd gevaarlijker. In hogere klassen kregen we eigenlijk alleen maar Duitse lessen en zongen we Duitse liedjes.
Ik herinner me ook nog dat de landerijen onder water werden gezet om de vijand te weren.
's Nachts trokken de Duitse militairen richting Utrecht en dan gooiden de Engelsen bommen op hun voertuigen. Dan moesten wij de in de kelder of in de schuilkelder doorbrengen. De soldaten sloegen soms op de deuren en ramen om dekking te zoeken. Wij deden niet open, maar dan hoorden we ze wel grommen en vloeken. We hebben menig weesgroetje gebeden voor de goede afloop.
De hongerwinter van 1944-45 was ook vreselijk. In de steden was er nergens meer iets te eten. Lange rijen mensen trokken naar het platteland om daar nog iets eetbaars te bemachtigen. Als ze dan eindelijk iets gekregen hadden en ze werden door Duitsers aangehouden dan moesten ze het weer afgeven. Moeders met baby's kwamen aan de deur vragen om wat eten en wat warmte. Ze bleven graag bij de houtkachel zitten en dat was een droevig gezicht. Ik zie het nog vaak voor me. Dit soort toestanden zijn onvergetelijk. Soms stierven mensen van honger en kou.
Ook moest je voor alles bonkaarten hebben. Je moest daarvoor uren in de rij staan, maar als de ambtenaar merkte dat ik nog geen zestien jaar oud was, kreeg ik niets en was ik dus voor niks een uur heen en een uur teruggelopen.
Wat waren wij blij en God dankbaar toen het einde van de oorlog in zicht kwam. Onze ouders zouden op 5 mei 1945 vijfentwintig jaar getrouwd zijn. Mijn moeder had koffie- en suikerbonnen gespaard voor die dag, om er toch nog iets gezelligs van te maken. Wij hoopten met zijn allen dat het op die dag vrede zou worden. Een jongen uit de buurt zou een stukje komen spelen op zijn accordeon.
Onze wens ging in vervulling. 's Morgens vroeg kwam mijn vader vertellen dat het vrede was. De strijd was opgegeven. Dus er was feest op die vijfde mei met muziek. Het was een dag om nooit te vergeten. 's Nachts kwamen er nog twee Duitse soldaten in huis. Zij wilden burgerkleding om te kunnen vluchten. Ook voor die jongens was het leven verschrikkelijk.
Dit is zo’n beetje mijn verhaal van de oorlogsjaren. Ik was te jong om alles precies te weten, maar ik weet wel hoe erg het allemaal was. Laten we in Godsnaam bidden en hopen dat zoiets nooit weer gebeurt, want wat zijn er ontelbaar veel mensen het slachtoffer van geweld geworden. Ik denk vaak als ik de Schalkwijkse kinderen naar school zie gaan: 'Laat al het geweld stoppen en laat het voor hen vrede zijn op onze mooie aarde!''
Wil Odijk-van Vliet, 1 augustus 1931
