Uniek op het Eiland van Schalkwijk

Schalkwijkse &
Tull en 't Waalse
Berichten

2000: 55 jaar vrijheid

bijdragen van dorpsgenoten

In 2000 verscheen het boek

Nooit voltooid verleden tijd

In het boekje staan verhalen en tekeningen

over Vrijheid en Vrede.

45

Toen zag ik
mijn vader huilen

Toen de oorlog in mei 1940 uitbrak, was ik 16 jaar. Ik zou dat jaar 17 worden. In de vroege morgen van de tiende mei kwamen langdurig vliegtuigen overvliegen. Ze werden onder vuur genomen door het afweergeschut dat op de brug van Culemborg stond opgesteld. De vliegtuigen werden niet geraakt, maar de kogels vlogen wel door ons koeienhok aan de Heul, waar Ome Toon en ik zaten te melken. De koeien vluchtten weg en Ome Toon en ik zijn op handen en voeten naar buiten gekropen, stijf van de schrik. Zo, dat was dus oorlog! De volgende dag moesten we evacueren; mens en dier. Alle boeren moesten hun vee naar de Lek drijven. Daar werd het in schepen geladen. Aanvankelijk ging dat nog wel, maar het vee werd onrustig. De koeien wilden op den duur de loopplank niet meer op. Er zijn verschillende dieren van de plank gevallen en in de Lek verdronken. Het is een verschrikkelijke reis geweest, zowel voor de mensen als voor de dieren.

We hadden thuis een bok waar we gek mee waren. We maakten met hem ritjes met de bokkenkar en het was onze kameraad. Hij mocht niet mee met de koeien. We hebben hem toen uit de stal gehaald en losgelaten, in de hoop dat hij zichzelf zou kunnen redden als het water te hoog zou komen. Toen we terugkwamen stond de bok op een hoog en droog stukje gras onder de perenboom. Dat was een blij weerzien. Onze koeien werden ondergebracht op voetbalvelden in de buurt van Den Haag. Na de evacuatie hebben we ze daar terug moeten zoeken.

In 1942 kreeg ik een oproep om me te melden voor tewerkstelling in Duitsland. Ik ben weliswaar braaf in Utrecht op de trein gestapt, maar toen we de brug van Culemborg naderden begon de trein langzamer te rijden. De locomotief werd gestookt met slechte kolen en de trein kon maar moeizaam tegen de helling opkomen. Het was ondertussen donker geworden en toen ben ik samen met een paar anderen jongens vlak voor de brug uit de trein gesprongen. Joop Mulder heeft mij na de ontsnapping opgevangen. Hij had een 'Ausweiss' voor mij en bracht mij naar Didam naar de landbouwschool. Dat ging een halfjaar goed, maar toen werd de controle in Didam verscherpt en moest ik onderduiken bij een familie in Ommeren. Het was een onrustig jaar. Ik probeerde op hun boerderij mee te helpen, maar als de Duitsers razzia's hielden, moest ik snel een schuilplaats zoeken. Bij mooi weer sliepen we 's nachts buiten in een droge sloot. Ik voelde me net een stuk opgejaagd wild en na een jaar kon ik er niet meer tegen. Ik wilde naar huis. Ik heb twee dagen gelopen om Schalkwijk te bereiken. Daar was het ook niet altijd veilig, maar ik was tenminste weer terug bij mijn eigen familie.

Ik herinner me ook nog goed dat er een keer fietsen ingeleverd moesten worden. Iedereen probeerde daar natuurlijk aan te ontkomen. Bijvoorbeeld door de fietsen weg te stoppen, of door op de fiets de polder in te gaan. Dat ging die keer mis. De Duitsers gingen schieten op de 'vluchtfietsers' in de polder. De mensen werden niet geraakt, maar wel ons paard, een mooie stamboekmerrie. Vader heeft het dier naar huis gehaald, waar het moest worden geslacht. Toen bleek dat het paard een veulentje in haar buik had, heeft mijn vader erbij staan huilen.

In de laatste maanden van de oorlog kregen we inkwartiering van soldaten. Achteraf werd duidelijk dat ze toen al min of meer op de terugtocht waren. We moesten ongeveer 40 mannen onderdak geven. Ik zie nog hoe ze aan kwamen strompelen. Wat zagen die mensen eruit! Hun schoenen, sokken en voeten waren stuk gelopen. Ze toonden vreselijk haveloos. In de keuken, de voorkamer en de opkamer werd stro op de grond gelegd en sliepen ze, rommelig en smerig. Toch waren dit niet de slechtste soldaten. Ze waren de oorlog ook zat en wilden naar huis. Eén van hen, een hogergeplaatste soldaat, had aan mijn vader zijn klompen gevraagd. Mijn vader durfde niet te weigeren. Toen ze enige tijd later op een nacht plotseling vertrokken, dacht vader dat hij zijn klompen wel kwijt zou zijn. Maar wat denk je? Ze stonden achter op de deel met een sigaar erin!


Nic van Zijl, 20 december 1923

Deze website is gemaakt door Frans Hollander / FEL op basis van BootstrapThemes / copyright 2025