In 2000 verscheen het boek
Nooit voltooid verleden tijd
In het boekje staan verhalen en tekeningen
over Vrijheid en Vrede.
Toen de oorlog begon, was ik vierenhalf jaar. Dus van de eerste tijd heb ik alleen nog maar flarden van herinneringen. Van de iets latere jaren herinner ik me meer. Ik kwam van de boerderij en toen ik in de eerste en de tweede klas van de lagere school zat, moest ik elke dag melk meenemen voor juffrouw Van Vulpen. Zij woonde in Utrecht en daar was bijna niet aan melk te komen. Ik werd dat dagelijkse gesleep met die melk erg zat. Dus ik was erg blij toen ik naar de derde klas ging en mijn jongere broer Jan bij juffrouw Van Vulpen kwam. Hij kon mijn taak overnemen.
Op een dag toen we 's middags na het eten weer naar school gingen, hoorden we ineens een heleboel geknal om ons heen. Waar het precies vandaan kwam, was me niet duidelijk, maar toen het weer stil was geworden, kwamen alle mensen uit hun huizen om over dit voorval te praten. Later werd de school door de Duitsers gevorderd en gingen we dus helemaal niet meer naar school.
In mijn kinderogen liep heel Utrecht over de Trip richting de pont om in de Betuwe aardappels te halen, met allerlei karretjes, kinderwagens en wat er nog aan fietsen was. De meeste fietsen waren door de Duitsers gevorderd. Toen onze overbuurman Van Zuilen een keer wat aardappels over had, boog de stroom, die richting Culemborg ging, af naar Van Zuilen. Onvoorstelbaar wat waren er veel mensen, groot en klein! Van Zuilen was al gauw uitverkocht.
Bij ons thuis werd ook illegaal kaas gemaakt. Deze kaas werd gepekeld in de bak waar anders de inmaakflessen ingingen. De bak stond onder het kachelhout in het houthok. De kaas werd in de hooiberg onder het hooi bewaard. Toch vonden de controleurs na een grondige huiszoeking enkele kazen. Onmiddellijk werd bij het melken een controleur neergezet om te bepalen hoeveel melk wij per keer molken, want: zoveel melk is zoveel kaas. Wat de uitslag was, weet ik niet meer, maar ik weet nog wel dat alle melkklanten op tijd gewaarschuwd moesten worden.
We maakten ook clandestien boter. De room werd van de wei, overschot van de kaasbereiding, gehaald en in een melkbus gedaan. Dat moest dan vervolgens met de hand gestampt worden. De melkbus stond in een kast onder allerlei jassen en kleren.
Op een middag werd er weer gebombardeerd. Het kwam zo dichtbij dat wij van vader in het achterhuis achter de paardenkrib moesten gaan liggen. Die was ruim een meter hoog en kon misschien bescherming bieden. Toen is er een bom aan de andere kant van de boerderij gevallen. Het was waarschijnlijk een afzwaaier. Deze bom ligt er nog steeds en hij is niet ontploft.
Toen we voor de tweede keer onder water werden gezet, deze keer door de Duitsers, werd ons vee geëvacueerd. De koeien gingen naar Werkhoven. Daar werden ze verdeeld onder de boeren. De pinken gingen naar 't Goy. Toen het water omhoog kwam, verdreef het de hazen uit hun holen. De evacué, zijn broer en onze knecht liepen tot hun navel in het water en hebben een heleboel hazen gevangen. Die konden weer geslacht worden.
Tussen de middag hadden wij, net als de meeste Schalkwijkse boeren, mee-eters. Dat waren kinderen die thuis weinig of niets te eten kregen en die daarom het middagmaal bij de boeren mochten gebruiken.
Aan veediefstallen kon je merken dat er echt honger werd geleden. Op een nacht werden er bij ons vier schapen gestolen terwijl alles op slot zat. Er waren ook geen sporen van inbraak. Waarschijnlijk heeft iemand zich bij de schapen laten insluiten en de deur, die van binnen op de grendel zat, opengemaakt. Toen was de weg vrij. In het land waren de schapen snel geslacht. Ook waren er veel diefstallen in huis. We misten sokken, schoenen, voedingsbonnen en een slachtvergunning. Ook werd de spekkast leeggehaald. Mijn vader raakte twee kostuums met zakhorloge kwijt. Hij moest in zijn slipjas naar de kerk.
De evacués wilden ook wat doen voor de kost. Bij Hulshof de klompenmaker, zaten Joden ondergedoken. Iemand heeft hem verraden, want op een dag werd hij samen met de onderduikers meegenomen door de Duitsers. Hij is nooit meer teruggekomen. Onze evacué ging na enige tijd samen met zijn broer naar mevrouw Hulshof om gereedschap en boren om klompen te maken op te halen. Ze gingen toen in het kippenhok zelf klompen maken. Dat lukte in het begin nog niet erg goed. Als je op die klompen liep, moest je wel wat pijn kunnen verdragen. De meeste klanten kwamen wel een paar terug om hun klompen hier en daar nog wat uit te laten snijden. Je kon wel klompen op de bonnen krijgen, maar dat waren oude klompen waar een stuk hout onder gelijmd was. Deze gingen niet lang mee. De lijm liet snel los en dan kwamen je sokken er weer doorheen.
Om de huizen te verwarmen werden heel veel bomen omgezaagd. Langs bepaalde wegen, zoals de Uitweg, was er elke morgen wel weer een boom weg.
Ik was nog maar een schoolkind in de oorlog, maar die tijd heeft veel indruk op mij gemaakt. Bepaalde gebeurtenissen zullen me altijd bijblijven.
Wim de Wit, 6 november 1935
