In 2000 verscheen het boek
Nooit voltooid verleden tijd
In het boekje staan verhalen en tekeningen
over Vrijheid en Vrede.
Kijk, mama weer een mof. Dat riep onze Jan te pas en te onpas. Hij was pas twee jaar oud en begreep niet dat hij soms beter zijn mond kon houden. Ik was bang voor de Duitsers.
Mijn angstigste momenten beleefde ik tijdens de evacuatie in de schuit. We hadden drie kleine kinderen en de jongste was pas zeven weken. Wat moest je met zo'n klein baby'tje in het stro, in de herrie, zonder water om zijn luier uit te spoelen? Ik voelde me net Maria met het kindje Jezus in de kerststal. 's Avonds baden we samen met kapelaan Rondema de rozenkrans en daarna moesten we gaan slapen, maar daar kwam natuurlijk weinig van terecht. Ik was zo angstig en onwetend. De volgende dag waren we in Utrecht en vandaar gingen we per trein naar Voorburg. We verbleven daar twee dagen in een grote kerk. Bij de communiebank konden we pap afhalen. Gelukkig konden we na drie dagen weer terug naar Schalkwijk.
Ik was bang voor de Duitsers. Ze kwamen soms zomaar met hun vieze laarzen ons huis binnenvallen en ze kookten erwtensoep op onze kachel. Ik durfde er niks van te zeggen, want ze hadden geweren bij zich. Natuurlijk waren er ook vriendelijke soldaten. Ze vonden het ook erg dat er oorlog was, maar ze werden door Hitler gestuurd.
Sommige soldaten hielden nergens rekening mee. Mijn man Bart was op een zondagmiddag bezig om de geit te verpalen. Hij had zijn werkkleding aan, dus toen een Duitser hem om zijn persoonsbewijs vroeg, kon hij dat niet laten zien. Hij zou het thuis gaan ophalen. Op de fiets was hij sneller bij ons huis dan die Duitser en hij verstopte zich in de gang. Even later kwam daar Duitser eraan en ik moest doen alsof er niets aan de hand was. Ik was Bep aan het verschonen en zag vanuit mijn ooghoek dat hij door ons raam stond te kijken of hij Bart soms zag. Mijn hart bonsde in mijn keel. Daarna keek hij bij de buren. Buurman Lammert van Alphen was niet thuis en buurman Toon Miltenburg liep in zijn zondagse pak, dus die kon het niet zijn. Gelukkig is de Duitser toen weggegaan, maar ik kon horen dat hij vreselijk kwaad was. Aan dit soort dingen kon je merken dat de Duitsers steeds chagrijniger werden. Ze voelden dat ze de oorlog niet konden winnen en deden gekke dingen. Toen de oorlog al voorbij was, schoten ze toch nog een jongen van Van Dijk dood, die op de Trip liep en op weg was naar huis.
We merkten dat het einde van de oorlog in zicht kwam toen de Canadezen voedsel dropten boven Schalkwijk. We kregen biscuit en daarvan kon ik eindelijk weer eens lekkere pap maken voor mijn kinderen. We hebben veel steun gekregen van de Canadezen. De oorlog ging voorbij en eindelijk voelde ik me weer veilig in mijn eigen dorp, in mijn eigen huis.
Bertha Odijk-Kolsteeg, 20 oktober 1907
