In 2000 verscheen het boek
Nooit voltooid verleden tijd
In het boekje staan verhalen en tekeningen
over Vrijheid en Vrede.
Ik ben geboren in maart 1939, dus ik herinner me alleen de laatste fase van de oorlog. Ik was toen een kleuter van vijf jaar, maar bepaalde beelden zijn me altijd bijgebleven.
We sliepen vaak beneden op matrassen op de grond, uit angst voor bombardementen. De ramen waren verduisterd, de luiken dicht. Soms werd er clandestien een varkentje geslacht, dan moest ik opletten of er geen verdachte personen aankwamen. Ik zie nog het bloed in het slootje lopen, voor iedereen zichtbaar!
Op een morgen werd ik wakker en kon niet naar beneden want de onderste treden van de trap stonden onder water. We sliepen allemaal boven; vader, moeder, drie zusjes en een broer en ook Ome Ries Veld met zijn gezin. Ome Ries woonde eigenlijk in Rhenen op de Grebbeberg, maar toen hij daar een keer werd beschoten, is mijn vader hem met paard en wagen gaan ophalen. Ome Ries droeg ons die morgen op zijn rug naar buiten, dwars door het weiland dat onder water stond, naar een bakfiets en zo werden we naar de Heul gebracht. Aan de bomen konden we zien of nog op de weg bleven. Bij opa en oma van Emmerik konden we in de voorkamer wonen tot het water weer gezakt was.
Op een dag kwam er een vrouw voorbij fietsen met een kaalgeschoren hoofd. Toen wist ik niet waarom dat was.
Als vijfjarige begrijp je veel dingen niet. Inmiddels ben ik heel wat jaren ouder, maar wat mensen elkaar aan kunnen doen, dat is voor mij vaak nog steeds onbegrijpelijk.
Gerda van der Velden, 17 maart 1939
